
Het niet functioneren van één spier kan tot overbelasting leiden in andere spieren die deel uit maken van dezelfde spiergroep. Met als gevolg een scala van andere, nieuwe klachten.
Als je dezelfde beweging wilt blijven maken met een spier met triggerpoints, zal de beweging gecompenseerd worden door andere omliggende spieren die, al dan niet gedeeltelijk, dezelfde functie hebben.
Het gevolg is dat (ook) deze spieren overbelast raken en (ook) triggerpoints gaan ontwikkelen en minder goed gaan functioneren.
Door verkorting van de spier als gevolg van de samentrekking van de spiervezels in het triggerpoint, trekken de stugge pezen die de spier met het bot verbinden, aan het bot.
Hierdoor raakt het gewricht uit balans en kunnen er gewrichtsklachten ontstaan. Tevens kunnen de aanhechtingspunten ook geïrriteerd raken.
Door de verkramping en het samentrekking van de vezels in het triggerpoint, bolt de spier zich lokaal op. Dat is het knikkertje, of de streng die je voelt.
De plaatselijke verdikking van het triggerpoint kan druk uitoefenen op een zenuw die er langs loopt.
Een bekend voorbeeld van de effecten van druk op de heupzenuw (en bloedbanen) is de prikkelende tinteling die je in je benen krijgt als je te lang op het toilet hebt gezeten.
De verzameling symptomen rond de heupzenuw staat al tientallen jaren bekend als het 'piriformissyndroom'.
Langdurige verkortingen door triggerpoints kunnen ook een kromming in de wervelkolom doen ontstaan (scoliose) en in stand houden, als deze triggerpoints niet worden gedeactiveerd.
Extreme spanning in diepe ruggegraatspieren door triggerpoints kan leiden tot schade aan de tussenwervelschijven.
Zenuwen kunnen bekneld raken door de samengedrukte wervels, wat kan leiden tot pijnen, gevoelloosheid e.d. in delen van het lichaam die in verbinding staan met deze zenuw.